Cour des comptes - Rekenhof
Rekenhof: Vernieuwd Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) bereikt doelstellingen vandaag niet
Kopieer link
17/06/2026
13:13
Er zijn verschillende significante problemen. Zo is het GIP niet gesteund op een duidelijk regelgevend kader en is er te weinig centrale sturing. Verder ontbreekt een objectieve projectprioritering en biedt het GIP onvoldoende investeringszekerheid. Het GIP bevat te optimistische budgetteringen en functioneert niet als een betrouwbaar opvolgingsinstrument.
Het Rekenhof stelde vast dat het regelgevend kader waarop het GIP steunt momenteel onvoldoende robuust is. In de praktijk volgt het GIP interne kadernota’s, maar de entiteiten passen die niet altijd consistent toe. Duidelijke, afdwingbare en transparante spelregels om het GIP efficiënt uit te voeren ontbreken tot op heden. De nieuw opgerichte investeringscel binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken beschikt over te weinig mandaat en te weinig capaciteit om haar regierol te vervullen, waardoor een sterke centrale inhoudelijke sturing ontbreekt. Zo werd geen uniforme methodiek opgelegd om de projectkosten in te schatten en werden de afwegingskaders om verschillende investeringen te beoordelen niet consequent toegepast. Daarnaast is er geen duidelijke langetermijnvisie op het Vlaamse infrastructuurbeleid en zijn de beleidsdoelstellingen te vaag geformuleerd.
Ook de manier waarop de Vlaamse overheid keuzes maakt in het GIP is voor verbetering vatbaar. Momenteel kent het GIP geen objectieve, doordachte en transparante projectprioritering en projectselectie. Verschillende uitvoerende entiteiten binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken dienen investeringsprogramma’s in, maar de onderlinge afstemming daartussen blijft beperkt. Ook de afwegingskaders, die een zorgvuldige en objectieve projectprioritering mogelijk moeten maken, worden onvolledig toegepast. Het GIP-voorstel dat de investeringscel doet op grond van die afwegingskaders, kent achteraf op verschillende beslissingsniveaus nog tal van bijstellingen, verschuivingen en wijzigingen. Het GIP is ook onvoldoende bindend. De entiteiten mogen er, binnen een bepaalde marge, van afwijken en kunnen dus ook niet beoordeelde, niet geselecteerde of lager geprioriteerde projecten uitvoeren.
In de praktijk groeide het GIP dan ook niet uit tot het vooropgestelde stabiele, meerjarige kader dat investeringszekerheid creëert. Het biedt maar een perspectief voor drie jaar in plaats van vijf en de actualisatie in 2026 beperkt zich tot dat jaar alleen. Daardoor blijft de investeringsagenda voor de uitvoerende entiteiten en partners onvoldoende voorspelbaar. Ook de timing van de GIP-actualisaties, met name bij de begrotingsaanpassing, maakt dat de investerende entiteiten lang in onzekerheid blijven.
Het GIP steunt bovendien op een optimistische budgettering en voorziet soms in te lage budgetten. Dat zet de latere uitvoering onder druk. Ook wordt de toekomstige beleidsruimte van het GIP al deels beperkt door vastgelegde langetermijnprojecten (waaronder het Toekomstverbond) en verplichtingen die voortkomen uit al uitgevoerde grote projecten. Het GIP vertrekt niet vanuit een systematische afweging tussen de totale financieringsbehoefte en de reële beschikbare middelen. De GIP-middelen voor de periode 2025-2027 zijn alvast ontoereikend om de structurele investeringsnoden te dekken. Hoewel de jaarlijkse budgetten stegen tot gemiddeld 2,5 miljard euro, is die stijging door de inflatie nauwelijks voelbaar in extra investeringscapaciteit.
Ten slotte functioneert het GIP vandaag evenmin als een betrouwbaar monitorings-, opvolgings- en verantwoordingsinstrument. De investeringscel monitort het GIP vooral op projectniveau en beschikt daarvoor bovendien niet over voldoende kwaliteitsvolle data. Ook ontbreekt een meerjarige financiële opvolging en is er geen historisch inzicht in de nog openstaande verbintenissen. Tot slot is er geen robuuste evaluatiecultuur.
Het Rekenhof besluit dan ook dat het GIP, hoewel het relevante doelen nastreeft, vandaag geen performant instrument is om de Vlaamse investeringen in diverse vervoersmodi effectief te integreren. Ook het actualisatieproces 2026-2029 bracht daarin geen wezenlijke verbetering. Het GIP biedt onvoldoende garanties op een coherente, gecontroleerde en transparante uitvoering van het investeringsbeleid en maakt zijn functie als betrouwbaar meerjarig sturingsinstrument niet waar. De Vlaamse Regering is er tot op heden dus nog niet in geslaagd haar ambitie waar te maken om van het vernieuwde GIP een volwaardig plannings-, sturings- en verantwoordingsinstrument te maken.
Reactie van de minister
In de gezamenlijke reactie erkennen de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken en de secretaris-generaal van het departement MOW dat de aanbevelingen van het Rekenhof nuttige aanknopingspunten zijn om de hoge ambities van het Vlaams regeerakkoord met het GIP 2.0 verder vorm te geven.
Informatie voor de pers
Het Rekenhof controleert de openbare financiën van de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de provincies. Het draagt bij tot de verbetering van het overheidsbeheer door nuttige en betrouwbare informatie die voortvloeit uit een tegensprekelijk onderzoek, toe te zenden aan de parlementaire vergaderingen, aan de beheerders en aan de gecontroleerde diensten. Als collaterale instelling van het parlement werkt het Rekenhof onafhankelijk ten opzichte van de overheden die het controleert.
Het verslag Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) is bezorgd aan het Vlaams Parlement. Het verslag en dit persbericht staan op de website van het Rekenhof (www.rekenhof.be).
Documenten en media
Afbeeldingen
Het Rekenhof controleert de openbare financiën van de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de provincies. Het draagt bij tot de verbetering van het overheidsbeheer door nuttige en betrouwbare informatie die voortvloeit uit een tegensprekelijk onderzoek, toe te zenden aan de parlementaire vergaderingen, aan de beheerders en aan de gecontroleerde diensten. Als collaterale instelling van het parlement werkt het Rekenhof onafhankelijk ten opzichte van de overheden die het controleert.
Powered by