Vlaams Mensenrechteninstituut

Vlaams Mensenrechteninstituut

Verbod voor leerkracht om hoofddoek te dragen is discriminatie, oordeelt Geschillenkamer

Kopieer link

Cover Image

Verbod voor leerkracht om hoofddoek te dragen is discriminatie, oordeelt Geschillenkamer

11/12/2025

10:49

Religie en levensbeschouwing
Onderwijs
Politiek en overheid
Justitie
Diversiteit

Op 11 december 2025 heeft de Geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut een oordeel uitgesproken over een klacht van een leerkracht die geen hoofddoek mag dragen in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen. In het oordeel besluit de Geschillenkamer dat er sprake is van directe discriminatie, indirecte discriminatie en intimidatie.

Op 11 december 2025 heeft de Geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut een oordeel uitgesproken over een klacht van een leerkracht die geen hoofddoek mag dragen in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen. In het oordeel besluit de Geschillenkamer dat er sprake is van directe discriminatie, indirecte discriminatie en intimidatie.

Feiten

De klacht is bij de Geschillenkamer ingediend door een leerkracht die met hoofddoek lesgeeft in een provinciale school in Oost-Vlaanderen, en dat sinds het schooljaar 2022-2023. Ze geeft een niet-levensbeschouwelijk vak en ontvangt aanvankelijk geen opmerkingen over haar hoofddoek. In september 2023 merkt een gedeputeerde van de provincie dat zij een hoofddoek draagt. De volgende dag meldt de schooldirectie haar dat dit niet is toegelaten. Er volgen gesprekken tussen de provincie en de leerkracht, zonder resultaat. De provincie Oost-Vlaanderen start hierop een tuchtprocedure tegen haar wegens vermeende inbreuken op een deontologische code. Terwijl de tuchtprocedure loopt, worden de naam en de foto met hoofddoek van de indienster van de klacht van de website van de school gehaald. Nadat de tuchtcommissie vaststelt dat de deontologische code niet van toepassing is op het onderwijzend personeel van de provincie, zet de provincie de tuchtprocedure stop. De provincie wijzigt ondertussen een reglement voor het onderwijzend personeel. Het gewijzigde reglement bevat een algemeen verbod op het dragen van godsdienstige en levensbeschouwelijke symbolen voor leerkrachten in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen (buiten bij levensbeschouwelijke vakken). Dit verbod geldt vanaf 1 september 2024.

Directe discriminatie

De Geschillenkamer oordeelt dat er sprake is van directe discriminatie op grond van geloof voor de periode tot 1 september 2024. De provincie heeft de leerkracht in die periode ongunstiger behandeld dan andere leerkrachten, omwille van haar geloof. Alleen een “wezenlijke en bepalende beroepsvereiste” kan een dergelijke ongunstige behandeling in een werkcontext rechtvaardigen. Het moet dan gaan om een essentiële vereiste, die noodzakelijk is om een specifieke job te kunnen uitoefenen. De Geschillenkamer oordeelt dat het niet dragen van een hoofddoek voor de leerkracht, die al een jaar een hoofddoek droeg tijdens het lesgeven, geen “wezenlijke en bepalende beroepsvereiste” is om verder les te kunnen geven.  Daarom is er sprake van directe discriminatie.

Indirecte discriminatie

Voor de periode vanaf 1 september 2024 oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van indirecte discriminatie op grond van geslacht, geloof of levensbeschouwing en zogenaamd ras en nationale of etnische afstamming.

De provincie heeft met ingang van 1 september 2024 een algemeen verbod ingevoerd op het dragen van religieuze symbolen in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen. De provincie streeft hiermee twee legitieme doelen na: de onderwijsneutraliteit waarborgen en druk op leerlingen vermijden. Het blijkt echter niet dat leerlingen druk ervaren doordat leerkrachten levensbeschouwelijke symbolen dragen.  Daarom oordeelt de Geschillenkamer dat het verbod niet noodzakelijk is om druk op leerlingen te vermijden. De Geschillenkamer onderzoekt verder de evenredigheid van het verbod door het belang van de onderwijsneutraliteit af te wegen tegen de belangen van de leerkracht. De Geschillenkamer stelt vast dat de impact van het verbod op de leerkracht aanzienlijk is. Zij wordt voor een zware keuze gesteld: ofwel afstand doen van een belangrijk deel van haar identiteit, ofwel haar werk verliezen. Uit het dossier blijkt ook dat zij is aangeworven mét hoofddoek, dat zij geruime tijd met hoofddoek heeft lesgegeven zonder opmerkingen, en dat de school zeer tevreden was over haar lesgeven. Daarentegen toont de provincie niet aan dat de kleding van leerkrachten zo’n sterke impact heeft op de onderwijsneutraliteit dat dit kan opwegen tegen de aanzienlijke impact van het verbod op de leerkracht. Het verbod is dus niet evenredig. Daarom is er sprake van indirecte discriminatie.

Intimidatie

De Geschillenkamer oordeelt dat er ook sprake is van intimidatie op grond van geloof en geslacht, omdat de provincie door ongewenst gedrag een vijandige, beledigende, vernederende en kwetsende werkomgeving heeft gecreëerd voor de leerkracht:

  • zij moest meerdere keren op gesprek komen bij een gedeputeerde, die haar zei dat zij niet kon blijven werken met hoofddoek, hoewel daar geen juridische basis voor was;

  • de gedeputeerde verweet haar ‘halsstarrigheid’ omdat zij niet zelf met een oplossing kwam;

  • de provincie startte een tuchtprocedure tegen haar omdat zij ‘halsstarrig weigerde’ een deontologische code te volgen, die niet van toepassing was op haar; en

  • haar naam en foto werden van de website van de school gehaald.

Aanbevelingen

Om de discriminatie te beëindigen, doet de Geschillenkamer twee aanbevelingen aan de provincie Oost-Vlaanderen:

  • de leerkracht toelaten haar bestaande vak te blijven geven met hoofddoek; en

  • het algemeen verbod op het dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen door leerkrachten in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen intrekken.

Oordeel

Raadpleeg het oordeel op de website van het Vlaams Mensenrechteninstituut: https://www.vlaamsmensenrechteninstituut.be/geschillenkamer/oordelen/verbod-voor-onderwijzeres-om-les-te-geven-met-hoofddoek-provinciaal

Over de Geschillenkamer

De Geschillenkamer is een onafhankelijk orgaan van het Vlaams Mensenrechteninstituut. De Geschillenkamer buigt zich over discriminatieklachten onder het Gelijkekansendecreet en oordeelt of er sprake is van discriminatie.

Meer info: www.vlaamsmensenrechteninstituut.be/geschillenkamer

Documenten en media

Documenten

2025-31_Oordeel Geschillenkamer_Ext.pdf

PDF - 417.65 KB

2025-31_Samenvatting_Oordeel Geschillenkamer.pdf

PDF - 183.08 KB

Vragen?

Aarzel niet om ons te contacteren

Avatar

Stijn Smet

[email protected]

+32 485 82 32 95

Over Vlaams Mensenrechteninstituut

Het Vlaams Mensenrechteninstituut beschermt en bevordert de mensenrechten in Vlaanderen. We verhogen de kennis over de mensenrechten en sporen overheden en organisaties aan om in lijn te handelen met de internationale mensenrechtenverdragen. Mensen die discriminatie ervaren, kunnen dit bij ons melden en een beroep doen op bemiddeling. Als dit geen uitkomst biedt, kan de Geschillenkamer over de zaak oordelen. Ook met meldingen over andere schendingen van mensenrechten kunnen mensen bij ons terecht.

Contact
Simon Bolivarlaan 17, 1000, Brussel, België

Powered by