Vlaamse Overheid
Beslissingen van de ministerraad van 13 februari 2026
Kopieer link
13/02/2026
16:33
Central Emergency Response Fund (CERF): subsidie 2026
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering keurt de toekenning van een subsidie aan het Central Emergency Response Fund (CERF) goed. Het CERF heeft als doel om op een tijdige en betrouwbare manier steun te verlenen bij humanitaire crises. Het fonds wordt voorgefinancierd door jaarlijkse bijdragen van donoren, zoals Vlaanderen. Hierdoor kan het zeer snel en flexibel tussenkomen. Vlaanderen draagt sinds 2011 bij aan dit noodhulpfonds en bevestigt opnieuw haar jaarlijkse bijdrage van 600.000 euro.
Samenwerkingsovereenkomst Athumi
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering keurt het ontwerp van addendum goed bij de overeenkomst van 22 december 2023 over de Dienstverlening Digitaal Vlaanderen aan het Vlaams Datanutsbedrijf in het kader van de Transitie, waarbij bijlage 6 wordt vervangen om de geactualiseerde inschatting van de kosten voor 2026 vast te leggen. Het addendum bepaalt dat het Vlaams Datanutsbedrijf in 2026 opnieuw beroep doet op juridische, administratieve en operationele ondersteuning en op technische en projectmatige ondersteuning van Digitaal Vlaanderen, met een geraamde kost van 432 keuro. De Vlaamse Regering gelast de administrateur‑generaal van Digitaal Vlaanderen en de voorzitter van de beheerscommissie van het Eigen Vermogen Digitaal Vlaanderen met de ondertekening van het addendum.
Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO): subsidiëring programma bilaterale onderzoekssamenwerking
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 10 november 2011 betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO), specifiek voor het programma voor bilaterale onderzoekssamenwerking, door in artikel 16 de verduidelijking toe te voegen dat het gaat om “Pijler I van” het Europees Kaderprogramma. Deze wijziging voorkomt onbedoelde uitsluitingen en laat toe dat het huidige beleid wordt verdergezet, aangezien gelijkaardige samenwerkingen voor fundamenteel en strategisch basisonderzoek enkel binnen Pijler I mogelijk zijn. Het ontwerp van wijzigingsbesluit wordt voor advies voorgelegd aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en vervolgens, indien geen aanpassingen nodig zijn, aan de Raad van State.
Tweede algemene implementatie Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH): voorontwerp van wijzigingsdecreet
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele, viceminister-president Hans Bonte, Vlaams minister Zuhal Demir, Vlaams minister Caroline Gennez en Vlaams minister Annick De Ridder
Het algemene implementatiedecreet van 26 april 2024 maakte het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van toepassing op een eerste reeks decreten. Na advies van de SERV, de SARC, de MORA, de Raad voor het behoud van het roerend cultureel erfgoed en de VTCN keurt de Vlaamse Regering opnieuw de wijzigingen aan diverse decreten goed, met als doel de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving. Het voorontwerp van wijzigingsdecreet zet een nieuwe stap in de verdere uitrol van het KVH en maakt het KVH van toepassing op een tweede reeks decreten, met name de Vlaamse Codex Wonen, het Scheepvaartdecreet, het KLIP-decreet en het Topstukkendecreet. Daarnaast krijgt ook het KVH een eerste update, om het in sync te houden met de juridische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen in het werkveld. Met dit voorontwerp worden tenslotte ook de noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd in ieder decreet om in te stappen in het nieuwe Strafwetboek. Concreet worden de klassieke straffen ‘omgezet’ naar de nieuwe strafniveaus. Dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Wijzing decreet met algemene bepalingen milieubeleid: omzetting emissiehandelssysteem (ETS2) voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en de aanvullende sectoren
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
De herziening van de Europese richtlijn die het systeem vaststelt voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (de ETS-richtlijn) is onderdeel van het Europese Fit for 55 pakket. Dit pakket geeft invulling aan de Europese klimaatdoelen die streven naar tenminste 55% netto broeikasgasemissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990 en netto klimaatneutraliteit tegen 2050. Om de aangescherpte reductiedoelstelling tegen 2030 en klimaatneutraliteit tegen 2050 te bereiken, werd het EU-ETS aangepast via een herziening van de ETS-richtlijn. De gewijzigde ETS-richtlijn introduceert een afzonderlijk nieuw ETS voor emissies van het energetische gebruik van brandstoffen in de sectoren gebouwen, wegvervoer en aanvullende sectoren (ETS2). Voor het ETS2 worden aparte emissieplafonds vastgesteld en aparte emissierechten geveild, waardoor ook de prijsvorming van ETS2 verschillend zal verlopen. Na advies van de Raad van State hecht de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan het voorontwerp van decreet dat zorgt voor de omzetting van deze ETS2-regelgeving naar Vlaamse regelgeving. Het ontwerp van decreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.
Verzamelbesluit II energie en klimaat
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan het verzamelbesluit II met diverse bepalingen inzake energie en klimaat. Het besluit harmoniseert de beoordeling van biomassa, voert een overgangsregeling in voor nieuwe RED‑verplichtingen en verfijnt de regels rond het Noodkoopfonds. De compensatie voor uitvallende omvormers wordt vereenvoudigd door deze bij Fluvius te leggen. Er komen bijkomende mogelijkheden voor digitale meters en het sociaal energiebeleid wordt uitgebreid, onder meer via minimale levering voor warmtepompen, extra energiescans en een QR‑code naar de V‑test voor schuldenvrije klanten. Verder worden de onrendabele top voor zonne- en windenergieprojecten, de premiestructuur, de call groene warmte, en de EPB/EPC‑regelgeving geactualiseerd. Het besluit bevat ook technische aanpassingen voor warmtenetten, ventilatie‑eisen, renovatieverplichtingen en de erkenning van energiedeskundigen en opleidingsinstellingen. Het ontwerpbesluit wordt voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Toezichtcommissie (VTC) en de Vlaamse Nutsregulator, en wordt onderworpen aan een publieke consultatie van minimum 30 dagen (via de website dOMG), aangezien artikelen 2 en 3 wijzigingen aan VLAREM‑wetgeving bevatten.
Nota aan het Overlegcomité: "De afwerking en indiening van het Belgische Sociaal Klimaatplan"
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
Voor de indiening van het Belgische Sociaal Klimaatplan is de in de Verordening (EU) 2023/955 voorziene deadline van eind juni 2025 overschreden. Met de recente aanduiding van een federale unieke bevoegde autoriteit is een belangrijk stap vooruit gezet. De Vlaamse Regering keurt de nota aan aan het Overlegcomité goed. Met deze nota verzoekt de Vlaamse Regering alle betrokken entiteiten om hun bijdragen voor het Belgische Sociaal Klimaatplan zo snel mogelijk af te werken, zodat het plan uiterlijk 10 april 2026 kan worden ingediend bij de Europese Commissie. Het plan is noodzakelijk om aanspraak te maken op de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds, waarvan België 2,21 miljard euro ontvangt, met een Vlaamse verdeling van 43,42%.
Omzetting nieuwe Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie: wijziging Energiedecreet en decreet over operationalisering Vlaamse Nutsregulator
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief het Energiedecreet en het decreet over de operationalisering van een Vlaamse Nutsregulator. Het gaat om de gedeeltelijke omzetting van de nieuwe Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie (EED) in Vlaamse regelgeving. De Richtlijn vertrekt vanuit de fundamentele premisse dat strategische investeringen in energie-efficiëntie de energievraag op kosteneffectieve wijze kan verminderen. Dit overkoepelende principe, het energie-efficiëntie eerst-principe (EE1st), moet worden toegepast in alle sectoren en door alle actoren, zowel privaat als publiek. Met dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt dan ook een algemene rechtsgrond ingevoerd voor de Vlaamse Regering om de verplichting op te leggen om energie-efficiëntieoplossingen te beoordelen in het kader van belangrijke investeringsbeslissingen. De Vlaamse Regering wordt ook gemachtigd om uitzonderingen op de verplichting vast te stellen en om te bepalen welke maatregelen gelijk worden gesteld met het uitvoeren van de beoordeling. Daarnaast wordt een rechtsgrond gecreëerd voor de Vlaamse Regering om verplichtingen op te leggen aan de Vlaamse overheid, de provincies en gemeenten met betrekking tot de toepassing van het EE1st-principe. Het voorontwerp van decreet omvat onder meer bepalingen rond energiebesparingsverplichting in de publieke sector, energie-audits en -managementsystemen, monitoring van het energieverbruik van datacenters, warmteplanning, en energie-efficiëntie op het distributienet. Het ontwerpdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.
Wijziging besluit Vlaamse Codex Wonen 2021: huurprijsberekening sociale huurwoningen, herinvesteringsverplichting en financiering sociale woonprojecten
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
De financiële leefbaarheid voor de woonmaatschappijen staat onder druk. Na advies van de Raad van State, wijzigt de Vlaamse Regering definitief het besluit Vlaamse Codex Wonen 2021. De wijzigingen beogen een geharmoniseerde huurprijsberekening voor sociale huurwoningen, ongeacht het statuut van de woning (eigendom of ingehuurd), met als doel een gelijke behandeling van sociale huurders. Daarnaast wordt een geïntegreerd financieringssysteem uitgewerkt om woonmaatschappijen voldoende financiële ruimte te geven voor renovatie en uitbreiding van het woningaanbod. Het besluit bevat ook aanpassingen aan de huurprijsparameters, de herinvesteringsverplichting, het FS3-en FS4-financieringsmodel, de Gewestelijke Sociale Correctie en de subsidiëring van de doorverhuuractiviteit. Tot slot worden diverse technische en beleidsmatige optimalisaties doorgevoerd om de betaalbaarheid en efficiëntie van het sociale woonbeleid te versterken.
Omzetting Europese richtlijn 'Electricity market design 5' (EMD5) over de verbetering van de opzet van de elektriciteitsmarkt en noodleveranciers
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
Na advies van de SERV, de Minaraad en de Vlaamse Nutsregulator keurt de Vlaamse Regering de wijziging van het Energiedecreet en het decreet over de operationalisering van een Vlaamse Nutsregulator, wat betreft de implementatie van Europese regelgeving over de verbetering van de opzet van de elektriciteitsmarkt en noodleveranciers, opnieuw principieel goed. Deze Vijfde Elektriciteitsrichtlijn maakt deel uit van het Green Deal Industrial Plan dat op 1 februari 2023 door de Europese Commissie werd gepubliceerd. Dit plan beoogt het concurrentievermogen van de klimaatneutrale industrie in de EU te verbeteren en de transitie naar klimaatneutraliteit te versnellen. De richtlijn heeft als doel om de ontwikkeling van hernieuwbare energie te bevorderen, consumenten beter te beschermen en het concurrentievermogen van de industrie te verbeteren. Met de omzetting van de Vijfde Elektriciteitsrichtlijn worden er bepalingen opgenomen in het Energiedecreet met betrekking tot het recht op het afsluiten van een leveringscontract met vaste looptijd en vaste prijs, een regelgevend kader voor een noodleverancier, een regelgevend kader voor risicobeheer bij leveranciers, bescherming tegen afsluiting, taken voor de distributienetbeheerders en nieuwe taken voor de Vlaamse Nutsregulator. Het voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Afwijking regioconform samenwerken
Op voorstel van viceminister-president Hilde Crevits en Vlaams minister Caroline Gennez
De Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zetten in op regiovorming via het Regiodecreet van 3 februari 2023. Regiovorming stemt werkingsgebieden van samenwerkingsverbanden af op referentieregio’s, met als doel minder tussenstructuren, minder mandaten, meer transparantie en meer daadkracht. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden organiseren zich volgens de principes van regioconform samenwerken: het werkingsgebied valt binnen of samen met de grenzen van de referentieregio. Individuele uitzonderingen zijn mogelijk via een afwijkingsaanvraag bij de Vlaamse Regering. De projectvereniging Kempens Karakter diende een aanvraag in om definitief af te wijken van deze principes voor het thema Cultureel Erfgoed. De samenwerking rond erfgoed en cultuur binnen Kempens Karakter is historisch sterk uitgebouwd, levert duidelijke schaalvoordelen op en kan niet op een gelijkwaardige manier worden georganiseerd binnen een regioconform alternatief. De gemeenten Heist-op-den-Berg, Lier en Nijlen hebben bovendien beperkte aansluiting bij de referentieregio Rivierenland en werken reeds voor andere beleidsdomeinen samen met gemeenten in de Kempen. De Vlaamse Regering beslist daarom dat Kempens Karakter tijdelijk tot 31 december 2032 over de grenzen van de referentieregio’s heen mag blijven samenwerken met deze drie gemeenten voor het thema Cultureel Erfgoed.
Afwijking regioconform samenwerken
Op voorstel van viceminister-president Hilde Crevits en Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zetten in op regiovorming via het Regiodecreet van 3 februari 2023. Regiovorming stemt werkingsgebieden van samenwerkingsverbanden af op referentieregio’s, met als doel minder tussenstructuren, minder mandaten, meer transparantie en meer daadkracht. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden organiseren zich volgens de principes van regioconform samenwerken: het werkingsgebied valt binnen of samen met de grenzen van de referentieregio. Individuele uitzonderingen zijn mogelijk via een afwijkingsaanvraag bij de Vlaamse Regering. De opdrachthoudende vereniging Limburg.net diende een aanvraag in om definitief af te wijken van deze principes voor de stad Diest, voor de werking rond afvalbeheer, -verwijdering en -verwerking. Limburg.net en Diest werken al langdurig en structureel samen binnen één geïntegreerd systeem voor inzameling, recyclageparken, tariefstructuren en dienstverlening. Een uittreding van Diest zou leiden tot aanzienlijke logistieke, financiële en operationele verstoringen voor zowel Diest als de overige gemeente‑vennoten en tot verlies van schaalvoordelen binnen het afvalbeheer. De Vlaamse Regering oordeelt dat deze samenwerking niet op een gelijkwaardige manier kan worden georganiseerd binnen een regioconform alternatief en kent daarom een definitieve afwijking toe. Limburg.net mag voor onbepaalde termijn over de grenzen van de referentieregio’s heen blijven samenwerken met de stad Diest.
Afsluiten van aansprakelijkheid gerelateerde verzekeringspolissen (algemene burgerlijke aansprakelijkheid en objectieve aansprakelijkheid na brand en ontploffing) die behoren tot de pooling verzekeringen van de entiteiten van de Vlaamse overheid
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
De huidige verzekeringspolissen binnen de pooling verzekeringen van de entiteiten van de Vlaamse overheid lopen af op 31 december 2026. Het gaat om de polissen voor algemene burgerlijke aansprakelijkheid, objectieve aansprakelijkheid na brand en ontploffing, alle risico’s brand van het patrimonium, alle risico’s elektronica, alle risico’s kunstvoorwerpen en arbeidsongevallen. Om deze risico’s opnieuw in de markt te plaatsen worden vier overheidsopdrachten uitgeschreven, telkens onderverdeeld in meerdere percelen om de concurrentie te vergroten en rekening te houden met uiteenlopende risicoprofielen van de deelnemende entiteiten. De opdrachten worden geplaatst via een mededingingsprocedure met onderhandeling, gezien de complexiteit van de verzekeringssector en de nood aan afstemming tijdens de procedure. De Vlaamse Regering stemt in met de gekozen procedures en met de selectieleidraden voor de heraanbesteding van de verzekeringspolissen binnen de pooling verzekeringen.
Wijziging besluit over bescherming dieren bij slachten of doden: getuigschrift vakbekwaamheid slachten schapen, geiten of varkens voor huishoudelijk verbruik
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
Na advies van de Raad van State en in uitvoering van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn wijzigt de Vlaamse Regering definitief haar besluit over de bescherming van dieren bij het slachten of doden. De Codex voerde een verbod in op het doden en slachten van schapen, geiten en varkens voor particulier huishoudelijk verbruik buiten een erkend slachthuis of een erkende inrichting. Dit verbod is niet van toepassing op de personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid en die over een verdovingsinstrument beschikken. Huidig besluit bepaalt de regels voor het verkrijgen van een het getuigschrift van vakbekwaamheid, de te volgen opleiding over het slachten of doden van dieren, en het examen. Daarnaast worden een aantal bepalingen opgeheven die niet meer actueel zijn.
Wijziging koninklijk besluit bescherming van proefdieren: invoeren retributie erkenningsaanvraag gebruiker, fokker en leverancier van proefdieren, omzetting Europese Richtlijn en technische aanpassingen
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief het Koninklijk Besluit over de bescherming van proefdieren. Het voert een retributie in voor de kosten van de behandeling van de erkenningsaanvraag. De retributie is ten laste van de gebruiker, fokker en leverancier van proefdieren. Het besluit voorziet ook in de omzetting van een Europese Richtlijn over de voorschriften voor inrichtingen en voor de verzorging en de huisvesting van dieren en wat betreft de methoden voor het doden van dieren. Tot slot worden met dit besluit enkele bijkomende technische en taalkundige aanpassingen aangebracht.
Wijzigingsbesluit dienstencheques en wijk-werkcheques: afschaffing fiscaal voordeel
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts en Vlaams minister Zuhal Demir
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief de besluiten die de terugbetaling regelen van de dienstencheques en de wijk-werkcheques aan de gebruikers. Sinds 1 januari 2025 is het belastingvoordeel voor dienstencheques en de wijk-werkcheques opgeheven. Een dienstenchequegebruiker die het jaar na aankoop van de dienstencheques een terugbetaling vraagt, krijgt tot op vandaag slechts 80% van de aanschafwaarde terugbetaald omdat hij van de ongebruikte cheques reeds genoten heeft van een fiscaal voordeel van 20% op de aanschafwaarde. Aangezien de dienstenchequegebruiker sinds 1 januari 2025 niet meer kan genieten van een belastingvoordeel, wordt de terugbetaalwaarde van de dienstencheques, die op vraag van de gebruiker worden terugbetaald in het jaar volgend op het jaar van de aankoop, vanaf volgend jaar gewijzigd van 80% naar 100%. Daarnaast moet de uitgiftemaatschappij van de dienstencheques vanaf 2026 geen fiscaal attest meer bezorgen aan de dienstenchequegebruiker en aan de FOD Financiën. Ook de uitgiftemaatschappij van de wijk-werkcheques moet vanaf 2026 niet langer een fiscaal attest bezorgen aan de gebruiker en de FOD Financiën.
Wijziging Vlaamse Codex Fiscaliteit: invoering CO2 kilometerheffing vrachtwagens
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts en Vlaams minister Annick De Ridder
De kilometerheffing voor vrachtwagens bestaat uit twee componenten: de infrastructuurheffing en een heffing voor de externe kosten. Na advies van de MORA, de SERV en de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief de Vlaamse Codex Fiscaliteit met het oog op een invoering van een CO2-heffing in de kilometerheffing voor vrachtwagens. De externekostenheffing wordt uitgebreid zodat niet alleen luchtverontreiniging en geluid, maar ook CO₂‑emissies worden meegerekend via een indeling in vijf CO₂‑emissieklassen. Dit moet bijdragen aan een verdere vergroening van de vrachtwagenvloot en sluit aan bij het Vlaams Energie‑ en Klimaatplan (VEKP) 2021‑2030. Daarnaast wordt het tijdstip van de jaarlijkse indexering van het tarief van de kilometerheffing verschoven van 1 juli naar 1 januari. Het decreet wordt nu ingediend bij het Vlaamse Parlement.
Uitbreiding opdrachten Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring (ECOOM): voorontwerp wijzigingsdecreet
Op voorstel van Vlaams minister Zuhal Demir
Het Vlaamse Steunpunt Werk neemt als leverancier en draaischijf voor noodzakelijke data een cruciale rol op in het evidence informed arbeidsmarktbeleid. De huidige opdracht van het Steunpunt Werk liep af op 31 december 2025. Op basis van een positieve evaluatie van de afgelopen werkingsperiode, de evaluatie van de huidige kenniswerking, en de ambitie uit de beleidsnota Werk om een meerjarige kennisagenda te lanceren, worden deze data- en onderzoeksopdrachten nu verankerd in het decretaal erkend interuniversitair kenniscentrum 'Expertisecentrum Onderzoek en Onwikkelingsmonitoring (ECOOM)'. Na advies van de SERV en de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief het decreet van 30 april 2009 over de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid zodat de opdracht tot het monitoren en onderzoeken van de arbeidsmarkt, die tot op heden werd uitgevoerd door een apart steunpunt werk en een apart onderzoeksprogramma, geïntegreerd wordt in ECOOM en wordt aangevuld met langlopende onderzoeksopdrachten voor het beleid op vlak van de arbeidsmarkt en de sociale economie. Zo ontstaat er één expertisecentrum voor heel het recent samengevoegde Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. Het ontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.
Ketenaansprakelijkheid
Op voorstel van Vlaams minister Zuhal Demir
In artikel 12/4 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt voorzien dat ondernemingen in het kader van ketenaansprakelijkheid een zorgvuldigheidsplicht moeten naleven, wanneer hun aannemer of onderaannemer behoort tot één van de risicosectoren die de worden bepaald door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering keurt principieel het voorontwerp van besluit goed dat de regelgeving rond ketenaansprakelijkheid bij de tewerkstelling van buitenlandse werknemers verfijnt. Het paspoort wordt geschrapt uit de lijst van documenten die een (onder)aannemer moet aanleveren in het kader van de zorgvuldigheidsplicht, omdat dit in de praktijk tot verwarring en onnodige meldingen leidt, onder meer bij werknemers zoals asielzoekers die geen paspoort kunnen voorleggen maar wel legaal mogen werken. Daarnaast worden bijkomende voorwaarden vastgelegd om te bepalen wanneer activiteiten in de bouw- en schoonmaaksector als risicoactiviteit gelden. De zorgvuldigheidsplicht wordt niet toegepast op kleinere opdrachten die onder de drempels van de Aangifte van Werken vallen, waardoor de regelgeving wordt afgestemd op bestaande federale kaders. Ook wordt een uitzondering voorzien voor pakketbezorgers met voertuigen onder tachograafplicht, omdat sociale inspectiediensten via de tachograafgegevens illegale tewerkstelling eenvoudiger kunnen opsporen. Het ontwerp wordt nu voor advies voorgelegd aan de SERV en vervolgens aan de Raad van State.
Vlaamse toetsen
Op voorstel van Vlaams minister Zuhal Demir
De Vlaamse Regering keurt principieel een voorontwerp van decreet goed dat enkele gerichte aanpassingen doorvoert aan het decreet basisonderwijs, het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs en de Codex Secundair Onderwijs, met het oog op de verdere ontwikkeling en verduurzaming van de Vlaamse toetsen. Het ontwerp voorziet in een nieuw organisatiemodel waarbij de ontwikkeling, analyse en feedback van de toetsen worden ondergebracht in een private stichting, zodat continuïteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid en wendbaarheid beter worden gegarandeerd. Daarnaast wordt de OKI‑indicator ‘buurt’ toegevoegd als leerlingenkenmerk voor gecontextualiseerde feedback, worden loggegevens van toetsafnames ingezet in het kader van eerlijk toetsen en wordt het gebruik van personeelsgegevens mogelijk gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek. Scholen zullen verplicht deelnemen aan piloot- en kalibratiestudies, wat de kwaliteit van de toetsen versterkt en de planlast voorspelbaarder maakt. Deze aanpassingen zijn nodig om de verdere ontwikkeling van de Vlaamse toetsen te garanderen en om de initiële doelstelling van het decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs, m.n. het monitoren en versterken van de onderwijskwaliteit, te handhaven. Deze aanpassingen wijzigen de fundamenten van de Vlaamse toetsen zoals deze zijn vormgegeven niet. De bepalingen met betrekking tot het nieuw organisatiemodel hebben als doel om de achterliggende structuur van de Vlaamse toetsen te verduurzamen en om de bepalingen met betrekking tot de Vlaamse toetsen mee uit te voeren. Het voorontwerp wordt nu voor advies voorgelegd aan VLOR, VTC en vervolgens aan de Raad van State.
Vaststelling trekkingsrechten per gemeente in het kader van werkingssubsidies aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voor een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie: subsidieperiode 2027-2032
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
De Vlaamse Regering stelt de maximale trekkingsrechten per gemeente vast voor de subsidieperiode 2027–2032 voor bovenlokale netwerken vrijetijdsparticipatie, zoals voorzien in het Bovenlokaalcultuurdecreet. Deze werkingssubsidies ondersteunen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die drempels voor vrijetijdsparticipatie van personen in armoede wegwerken via cultuur, jeugdwerk en sport. Het totale jaarlijkse budget wordt bepaald op 2.000.000 euro, een verhoging die zowel de reële stijging van de armoede‑indicatoren sinds 2017 weerspiegelt als de niet‑geïndexeerde middelen uit de voorbije jaren compenseert.
Transitie gezinsopvang en groepsopvang samenwerkende onthaalouders naar werken met werknemers: wijziging Vergunnings-, Subsidie- en Procedurebesluit
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
In het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 is afgesproken om het beroep van onthaalouder aantrekkelijker te maken door het onder meer een duidelijk statuut met gepaste verloning te geven. Zo werd voorzien om de problematiek van de samenwerkende onthaalouders in de groepsopvang aan te pakken in de context van een meerjarig transitieplan. In het kader van deze transitie in de gezinsopvang en de groepsopvang samenwerkende onthaalouders naar werken met werknemers, wijzigt de Vlaamse Regering, na adviezen van de VTC, de Vlaamse Raad WVG en de Raad van State, definitief het Vergunnings-, het Subsidie- en het Procedurebesluit. Het wijzigingsbesluit bundelt een aantal aanpassingen met het oog op de afbouw van het werken met het specifiek sociaal statuut voor onthaalouders, zowel in gezinsopvang als groepsopvang. Aangezien deze afbouw geleidelijk gebeurt, bevat dit besluit daarmee samenhangend ook volgende zaken: de procedure voor de aanvraag van de subsidie voor kinderbegeleiders gezinsopvang in een werknemersstatuut wordt aangepast; de overgangsperiode voor de groepsopvang samenwerkende onthaalouders die gesubsidieerd worden zoals gezinsopvang wordt enerzijds verlengd, en anderzijds wordt een systeem ingevoerd waardoor deze sector stapsgewijs tijdens de overgangsperiode kan overgaan naar een subsidiëring zoals de reguliere groepsopvang als ze met werknemers gaan werken; en een administratieve lastenverlaging in het kader van de vergunning en subsidies.
Gezondheidsmakers: subsidie versterking capaciteit
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
De Vlaamse Regering keurt de toekenning goed van een bijkomende subsidie van 446.250 euro aan Gezondheidsmakers. Deze middelen dienen om de capaciteit van de organisatie te versterken voor de uitvoering van haar opdrachten binnen het preventief gezondheidsbeleid. Gezondheidsmakers en Gezond in Brussel vormen het eerste aanspreekpunt voor lokale besturen, onderwijs, zorg- en welzijnsorganisaties en vrijetijdsactoren. Door de fusie van de 14 Logo’s tot één Vlaamse vzw en de uitbreiding van hun opdracht naar alle settings, staat de organisatie onder verhoogde druk. De bijkomende subsidie moet helpen om 6 voltijdse gezondheidspromotoren te behouden, zodat de dienstverlening aan lokale partners verzekerd blijft.
Wijziging diverse regelgeving beleidsveld opgroeien: versterken kwaliteit kinderopvang en transparanter maken subsidies
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
Na advies van de Raad van State keurt de Vlaamse Regering het Vergunningsbesluit (22/11/2013), het Subsidiebesluit (22/11/2013) en het Procedurebesluit (09/05/2014) binnen het beleidsveld Opgroeien definitief goed. Zo wil ze de kwaliteit en doelmatigheid van de kinderopvang versterken en de subsidiestromen transparanter en efficiënter maken. Het gaat om een grote diversiteit aan wijzigingen: zowel principiële keuzes, als wijzigingen die noodzakelijk geacht worden op basis van vastgestelde problemen of uitdagingen met de bestaande regelgeving, technische correcties en de opheffing van niet meer relevante overgangsbepalingen, ….
Handhaving naleving vergunnings- en subsidievoorwaarden kinderopvang baby's en peuters
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
Na de inwerkingtreding van het decreet over de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters op 1 april 2014 werd op 11 december 2015 het Handhavingsbesluit goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Naar aanleiding van een wijzigingsdecreet van 19 april 2024, werden een aantal wijzigingen aangebracht aan dat decreet, onder andere met betrekking tot het toezicht, het voorzorgsbeginsel en de beveiligende maatregelen die genomen kunnen worden. Om die reden werd ervoor gekozen het volledige Handhavingsbesluit te vervangen met het oog op een duidelijk en logisch opgebouwd geheel, dat afgestemd is op de decretale basis. Na advies van de VTC en de Raad van State, keurt de Vlaamse Regering het nieuw besluit goed met de uitvoering van de nieuwe handhavingsbepalingen.
Verzamelbesluit landbouw
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van besluit tot wijziging van diverse besluiten van de sectorale landbouwregelgeving. Het besluit voert meerdere inhoudelijke aanpassingen door binnen het landbouwbeleid. Een belangrijk deel van de wijzigingen focust op administratieve vereenvoudiging. Daarnaast worden in verschillende subsidieregelingen uniforme bepalingen opgenomen over het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten. Verder verduidelijkt het besluit voorwaarden, procedures en definities in uiteenlopende besluiten, onder meer over subsidies, steunmaatregelen, bezwaarprocedures en uitvoeringsmodaliteiten. In meerdere regelgevingen worden administratieve lasten verminderd en procedures beter afgestemd op de praktijk, bijvoorbeeld door elektronische indiening toe te laten of bewijsstukken te vereenvoudigen. Dit voorontwerp wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Opstart geïntegreerd planproces ‘Historisch gegroeid bedrijf Barias’ Roeselare en Staden: startnota
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering keurt de startnota goed voor het geïntegreerd planningsproces van het GRUP ‘Historisch gegroeid bedrijf Barias’ in Roeselare en Staden. Met deze beslissing wordt het planproces formeel opgestart om de bestendiging en uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken, waaronder een gekoelde hoogbouwopslag, een hemelwaterbuffer van 2 hectare en een kwalitatieve landschappelijke integratie in de openruimtecorridor. Het proces onderzoekt ook de toekomst van een ingesloten landbouwbedrijf en de vereiste planologische compensatie op alternatieve locaties. Na goedkeuring van de startnota wordt het advies gevraagd aan de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (SARO), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de deputatie van de provincie West-Vlaanderen, de gemeentes Staden en Roeselare en volgt een publieke raadpleging in beide gemeenten.
Opstart geïntegreerd planproces ‘Historisch gegroeid bedrijf Pasfrost’ Zonnebeke: startnota
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering keurt de startnota goed voor het geïntegreerd planningsproces van het GRUP ‘Historisch gegroeid bedrijf Pasfrost’ in Zonnebeke en Langemark‑Poelkapelle. Met deze beslissing wordt het planproces formeel opgestart om de uitbreiding en intensivering van de bedrijfssite mogelijk te maken, waaronder bijkomende diepvriesopslag, een hoogbouwmagazijn, een aangepaste waterzuivering en een verbeterde circulatie op en rond de site. Het proces onderzoekt ook de noodzakelijke planologische compensatie, alternatieve locaties en de ruimtelijke inpassing met aandacht voor landschappelijke kwaliteit, waterhuishouding en duurzaamheid. Na goedkeuring van de startnota het advies gevraagd aan de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (SARO), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de deputatie van de provincie West-Vlaanderen, de gemeentes Zonnebeke en Langemark-Poelkapelle en volgt een publieke raadpleging in de betrokken gemeenten.
Opstart geïntegreerd planproces ‘Historisch gegroeid bedrijf Staalbeton' Rijkevorsel: startnota
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering keurt de startnota goed voor het geïntegreerd planningsproces van het GRUP ‘Historisch gegroeid bedrijf Staalbeton’ in Rijkevorsel. Met deze beslissing wordt het planproces formeel opgestart om de uitbreiding van de bedrijfssite mogelijk te maken, in lijn met het planologisch attest en de nood aan bijkomende productie‑ en opslagruimte. Het proces onderzoekt de ruimtelijke inpassing van de uitbreiding, met aandacht voor duurzame mobiliteit, waterhuishouding, groenbuffers, verkeersveiligheid en de toekomstige mogelijkheden voor watergebonden bedrijvigheid. Daarnaast wordt de vereiste planologische compensatie onderzocht, waaronder alternatieven binnen het woonuitbreidingsgebied van de gemeente. Na goedkeuring van de startnota wordt het advies gevraagd aan de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (SARO), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de deputatie van de provincie Antwerpen, de gemeente Rijkevorsel en volgt een publieke raadpleging.
Oprichting Vlaams fonds voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en zwerfvuil
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na advies van de Raad van State hecht de Vlaamse Regering voor een derde maal haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet tot oprichting van een Vlaams fonds voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit fonds geeft uitvoering aan het Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil. Met de definitieve goedkeuring van dit akkoord worden een aantal financiële stromen gecreëerd. Zo moeten producenten van bepaalde zwerfvuilgevoelige producten tegen 15 april van elk jaar een bijdrage betalen in het meten, vermijden en beheren van zwerfvuil. Via dit begrotingsfonds zullen deze ontvangsten vervolgens naar de verschillende betrokken actoren worden verdeeld (lokale besturen, intercommunales, provincies en bepaalde overheidsinstanties). Voor Vlaanderen is de OVAM aangewezen als de instelling die de verdeling van de ontvangsten van het Vlaamse aandeel in de zwerfvuilheffing over de diverse overheidsinstellingen organiseert. Over dit voorontwerp van oprichtingsdecreet wordt opnieuw het advies ingewonnen van de Raad van State.
Voorontwerp van instemmingsdecreet samenwerkingsakkoord uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en zwerfvuil
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering keurt het ontwerp van decreet goed tot instemming met het interregionale samenwerkingsakkoord over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil. Het akkoord creëert een gemeenschappelijk interregionaal kader voor UPV‑beleid en voert een regeling in waarbij producenten bijdragen aan de kosten van zwerfvuilbeheer, in lijn met de Europese SUP‑richtlijn. Het akkoord maakt het mogelijk om nieuwe productgroepen zoals textiel, meubels en luiers onder UPV te brengen. Met dit decreet wordt het samenwerkingsakkoord formeel voorgelegd aan het Vlaams Parlement.
Vervoerbare drukapparatuur
Op voorstel van Vlaams minister Annick De Ridder
De Vlaamse Regering geeft haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van besluit dat het koninklijk besluit van 13 november 2011 over vervoerbare drukapparatuur wijzigt. Het besluit zet onderdelen om van Richtlijn (EU) 2024/2749, die noodprocedures invoert voor conformiteitsbeoordeling, markttoezicht en het in de handel brengen van crisisrelevante goederen tijdens noodsituaties op de interne markt. De aanpassing creëert een kader voor prioritering, afwijkingsprocedures en wederzijdse bijstand tussen autoriteiten, in lijn met de Europese Verordening (EU) 2024/2747. Het ontwerp wordt nu voorgelegd aan het Overlegcomité, gevolgd door overleg met de andere regeringen en advies van de Raad van State.
Herstelopleidingen rijbewijs
Op voorstel van Vlaams minister Annick De Ridder
De Vlaamse Regering verleent een negatief advies over het ontwerp van koninklijk besluit dat de inhoud en organisatie van de herstelopleidingen in het kader van artikel 38, §3, 5° van de Wegverkeerswet vastlegt. Volgens Vlaanderen behoren de herstelopleidingen, de herstelexamens en de voorwaarden voor opleiders en instellingen tot de gewestbevoegdheid, op basis van de Bijzondere Wet Zesde Staatshervorming en de regels inzake scholing en examens. Het ontwerp‑KB regelt elementen die volgens Vlaanderen door de Vlaamse Regering moeten worden vastgesteld. De beslissing wordt meegedeeld aan de federale overheid.
Verhoging bedragen van overtredingen wegverkeer
Op voorstel van Vlaams minister Annick De Ridder
Het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer bevat onmiddellijke inningen voor verschillende verkeersinbreuken. De Vlaamse Regering keurt principieel het ontwerp van besluit goed dat de bedragen van de onmiddellijke inningen voor verkeersovertredingen verhoogd met 10%. De verhoging wordt gelijktijdig en gelijkaardig doorgevoerd door de federale overheid en de gewesten, aangezien het koninklijk besluit zowel federale als gewestelijke inbreuken bevat. Na de principiële goedkeuring zal er overeenkomstig artikel 6, §2, 5°, BWHI overleg worden gepleegd met de overige gewesten en vervolgens zal advies worden ingewonnen bij de Raad van State.
Mededelingen
Schriftelijke vraag van 2 februari 2026 van Andy Pieters, gesteld aan meerdere Vlaamse ministers, betreffende “Afbraak spoorbrug over Maas in Maastricht - Eventuele toepassing artikel 259 VWEU”
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Zending van Vlaams minister Caroline Gennez naar Berlijn, Internationale Filmfestspiele Berlin (14-15 februari 2026): programma
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez
Digitaal radioluisteren in Vlaanderen: stand van zaken
Op voorstel van Vlaams minister Cieltje Van Achter
Overzicht van de ontwikkelingen op niveau van de Europese Unie (EU): januari 2026
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Verbod financiële stimulansen ketels fossiele brandstoffen
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
Zending van minister-president Matthias Diependaele naar India, AI Impact Summit (17-21 februari 2026): programma
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Actieplan ter voorkoming en bestrijding van dak- en thuisloosheid voor de periode 2026-2029
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte en Vlaams minister Caroline Gennez
Kadernota Integrale Veiligheid en Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2026-2029
Op voorstel van Vlaams minister Zuhal Demir
Brusselbeleid inzake Welzijn, Gezondheid en Gezin (WVG)
Op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez en Vlaams minister Cieltje Van Achter
Powered by